Contrast

De dag voordat ik in het universiteitsmuseum de tentoonstelling Karakter te kijk bezocht, betrapte ik mezelf erop in een klein donker zaaltje ergens diep in de krochten van de Uithof bijna in slaap te vallen. Ik veranderde snel mijn houding en probeerde op verre uithoeken van mijn geest motivatie en energie te vinden om de rest van het college uit te zitten. Enkele meters verder naar voren hield een wat oudere man een vrij oninteressant monoloog over diverse – op zich vrij interessante – microscopische technieken, met name voor de elektronenmicroscoop.

De volgende dag in het museum. Ik kom binnen, maak een praatje, krijg een stempel en word naar boven gestuurd. Business as usual. Voor me staat iemand die er duidelijk verstand van heeft, ze mompelt dat ze de ‘Big Vieee’, de grote Vee, al kent en loopt snel door. Elke museumbezoeker kent het type wel, bij gratis lezingen (vooral met aansluitende borrels) zie je ze ook wel eens. Ik kijk wat filmpjes over zaken als DID (dissociative identity disorder), ik lees wat teksten, ik luister wat korte muziekjes en lees nog wat. Ook worstel ik me door een 44 vragen tellende BFI-persoonlijkheidstest heen, waarvan de gemiddelde uitslag eigenlijk ook al nauwelijks interessant te noemen valt. Zelfs de lichte uitschieter in een van de vijf gekleurde balken kwam niet als een verrassing en zal dan ook geen van mijn vrienden en bekenden verbazen. Het moge duidelijk zijn, ik ben er niet echt bij met mijn gedachten.

Terug naar het zaaltje op de Uithof. Enkele minuten nadat ik weer zo goed als wakker was, in ieder geval mijn ogen weer open had, kwamen er, na bijna een uur droge theorie, opeens enkele foto’s op het scherm. Links een wat onduidelijke grijze waas waar ik niet veel van kon maken. Rechts een duidelijke foto, waar ik vanwege slaperigheid ook niet veel, maar wel iets meer van kon maken en waarvan ik nu achteraf vermoed dat het een mitochondrion was. Maar het was een duidelijke foto. Het verschil tussen de linker en de rechter foto bleek te liggen in (de instelling van) het contrast. De moraal was dat contrast belangrijk is als je dingen goed wilt zien.

Ik had inmiddels in het museum ook nog een sleutelhanger gemaakt en een wens achtergelaten op het computerscherm (mijn wens tekende wat ideëel, bijna zweverig, af tegen de landhuizen en gevulde bankrekeningen van de andere wensers) en ging nog even wat op de benedenverdieping rondkijken. Toen ik weer bij de halte op de bus richting het station stond te wachten, wist ik het opeens. Ik had een bescheiden, maar voor mij evenwel openbarend, eureka-momentje. Alles draait om contrast, om evenwicht en verhoudingen tussen licht en donker (en andere uitersten). Dat is zo in het obscure veld van de elektronenmicroscopie en al helemaal zo in het dagelijks leven en bij het vinden van leuke vrienden en een geschikte liefde. Een beetje tegenstelling houdt de spanning erin.

Frank