Boodschappen

Afgelopen week stak ik gehaast uit mijn werk een pleintje over op weg naar de supermarkt voor een snelle boodschap. Er kwam een jongen, een jaar of 28 (sd: 2 jaar), op me af. Achter hem aan een schichtig meisje. Onverzorgd en zonder uitstraling, flets. Ik zette vergeefs een ontwijkingsmanoeuvre in. De jongen had een ongezond gelukzalige uitdrukking, en een enorme glimlach, op zijn gelaat. Helaas zag hij er net iets te verzorgd uit om een junk te zijn.

JezusEn dat kon maar één ding betekenen. Kut. Nee hè! Heb ik weer! Jawel hoor, een blije Christen die mij – uitgerekend mij – wil delen in de liefde voor zijn Heiland. Een Christen met een Boodschap, en net als ik snel een boodschap, zonder kapitaal, nodig heb.

Of ze mij iets mochten vragen. Vooruit, maar wel snel dan. Ik ben een en al hoffelijkheid vandaag. Of ik een wens had, dan wilde het gelovige tweetal wel voor mij en mijn wens bidden. Ik vind het maar een raar idee om onderwerp van een gebed te zijn, doorgaans is mijn persoon het voorzetsel voorwerp wanneer samen met het verbum bidden (tot) in een zin genoemd.

“Ik heb eigenlijk niets te wensen”, probeer ik het gesprek snel – doch beleefd – dood te doen als een festivalbiertje. “Wat voor wens dan ook!”, probeert het meisje. “Over je werk of je studie of je tentamens of over iets anders, wij gaan dan voor jouw wens bidden!”, de jongen weer, “je hebt toch wel iets te wensen?”. Ik begon mijn geduld te verliezen en zag dat de jongen inmiddels een flyer van de studentenkerk tevoorschijn had gehaald en aanstalten maakte mij die aan te reiken.

“Nee, ik heb echt niets te wensen hoor! Ik vind dat het allemaal zo ontzettend goed gaat! En niet alleen met mij en mijn leven, maar vooral ook met heel de wereld. Vooral met Afrika. Als mensen zich daar niet de dood in vechten om de een of andere futiliteit, dan sterven ze wel van de honger. En anders is er altijd nog AIDS. Nog steeds duizenden doden en nieuwe besmettingen per dag! Of anders wel een andere smerige ziekte. Mogelijkheden genoeg! Prachtig! Nee, ik vind het eigenlijk wel goed geregeld allemaal! Ontzettend goed zelfs. Die hypothetische opperentiteit heeft alles al zó ontzettend goed geregeld, je hoeft toch helemaal nergens voor te bidden in deze wereld! Laat staan voor mij en mijn tentamens! Hoeveel zin heeft al dat bidden? Ga toch iets leuks doen met je leven!”

En heel even stond de wereld op zijn kop, was er eindelijk echt iets veranderd. Voor het eerst in mijn leven kon ik eens blijven staan terwijl het de flyeraars waren die hoofdschuddend van mij wegliepen. Bidden voor Frank of zijn tentamens? Nee, bedankt, Frank redt zich wel. En toen was het eindelijk tijd voor de boodschap waar het allemaal om begonnen was, een half bruin.

Frank

Reageren verboten!