Sportiviteit bij IOC

Al maanden worden we tot vervelens toe bestookt met nieuws(on)waardigheden over China en Peking (ook wel: Beijing, ze schijnen er – herinnert u zich deze nog? – miljoenen fietsen te hebben). Overmorgen, de achtste augustus (met veel gevoel voor stijl, 08-08-08) barsten daar namelijk de vierjaarlijkse Olympische Spelen los. Wie mij een beetje kent weet dat ik nog meer geef om de hondenstrontproblematiek in een dorp als Meppel – waar ik overigens nog nooit geweest ben – dan om sport. Vooral het passief op de bank zitten kijken naar sport is niet mijn kopje thee. Al was het maar omdat sport op televisie vaak geassocieerd gaat met megalomane ouwe lullen als Mart Smeets en Johan Cruijff. Nee, doe mij maar een espresso of een ristretto. Als het dan toch moet, maar liever niet, dan actief. Desalniettemin zijn de Olympisch Spelen ditmaal op zich tot zekere hoogte interessant te noemen.

Waarom? Omdat ze gehouden worden in een land dat niet zoveel op heeft met democratie, de vrijheid van meningsuiting of zelfs de mensenrechten. In China censureert, martelt en onderdrukt men er liefdevol op los. En dan heb ik Tibet nog niet eens laten vallen. Desalniettemin mag China dus ditmaal de Olympische spelen organiseren, omdat het zo’n mooi land is. Officieus natuurlijk omdat China zich de laatste decennia tot een enorme grootmacht heeft ontwikkeld, die als het echt kwaad zou willen in staat zou zijn de Amerikaanse economie te laten instorten. Pappen en nathouden op zo’n hoog niveau, Job Cohen kan er slechts van dromen.

Maar het Internationaal Olympisch Commité (IOC) heeft altijd geroepen dat het allemaal wel goed zou komen met China. En voor het publiek komt het dat waarschijnlijk ook wel, want de Chinese overheid organiseert, regiseert en dicteert alles met ijzeren hand. Zo is Peking een van de meest smerige steden ter wereld. Een dagje ademen in Peking is qua effect op je longweefsel vergelijkbaar met het roken van een pakje zware shag. Als je bedenkt dat men in Nederland op sommige zomerse dagen in verband met de luchtkwaliteit al afraadt om zware arbeid te verrichten, dan snap je vast wel wat de effecten kunnen zijn van een paar weekjes sporten in Peking. En dus moest de luchtkwaliteit omhoog. Maar hoe doe je zoiets in zo’n korte tijd? Simpel, China verbood gewoon enige tijd geleden de inwoners van Peking auto te rijden. Ook gelden er voor de Pekingbewoners (in aantal ongeveer net zoveel als Nederlanders) tijdens de spelen strikte kledingvoorschriften om het straatbeeld netjes te houden.

Dat allemaal tot daar aan toe voor het IOC, als het de Spelen maar ten goede komt, of in ieder geval geen schade toebrengt. Dat China van te voren had toegezegd de Heilstaat tijdens de Spelen volledig in dienst van de mensenrechten te stellen en daar vervolgens nauwelijks iets van waar maakt, daar hoor je de heren en dames van het IOC niet over. Ook op het gebied van de internetcensuur had het IOC afspraken met de machtige Heilstaat gemaakt, alle 20.000 aanwezige journalisten zouden – in tegenstelling tot de Chinezen zelf – vrij en onbeperkt toegang hebben tot het boosaardige westerse internet. Nu ook die belofte uit lauter gebakken lucht blijkt te bestaan, websites van ondere andere Amnesty International, de BBC en de Deutsche Welle zijn verboden gebied, trekken de journalisten aan de bel. Een dag later zegt China alle censuur opgeheven te hebben. Uiteraard bleek ook dit slechts deels waar te zijn.

Maar om nu te roepen dat China zich niet aan de afspraken houdt, blijkt (veel) te kort door de bocht. Het Internationaal Olympisch Commité blijkt namelijk zelf van te voren heimelijk in te hebben gestemd met het feit dat de aanwezige journalisten een streng gecensureerde versie van het internet voorgeschoteld krijgen. Toch sportief van de heren (hoi prins Pils!) en dames van het IOC – die het hele gebeuren in de pers voor de vorm nog wel even “teleurstellend” noemden – om zich zo te schikken. Maar ja, the games must go on! Hoe dan ook!

Frank