Op audiëntie

Ik stap het kantoor van de grote baas binnen, terwijl buiten twee administratoren wachten op zijn oordeel over mij. Mijn lot in hun (zijn) handen. Ik laat mijn ogen wennen aan de gifgroene vloer – een grapje van de architect, die rigoreus gebroken heeft met het in de architectuur heersende dogma dat gebouwen functies moeten hebben – en knipper wat en dan lokaliseer ik hem in een hoek van het vertrek, achter zijn opgeruimde bureau met zijn rug naar het raam. Of ik wil gaan zitten. Ik groet en geef de man netjes een hand en ga dan zitten. Met mijn rug tegen de muur, een positie waar ik gedurende het hele gesprek niet meer uit kom. Ik was namelijk vorige week te laat met het inleveren van een of ander formulier. Niet – volledig – door mijn schuld, maar omdat een of andere bureaucratische onbenul van mijn vorige studie ernstig in gebreken is gebleken. Frits Laridae had mij eind augustus toegezegd dat alles ‘morgen geregeld’ zou worden door hem persoonlijk. Half oktober blijkt dat dan opeens niet gebeurd te zijn, waardoor ik met wat pech en bureaucratische onwil eigenlijk pas in februari zou kunnen beginnen met de volgende studie, in plaats van per afgelopen september. Typisch.

“De reden waarom Ik je hier bij mij heb geroepen is de volgende; ik ben altijd erg benieuwd hoe iemand – waarvan je mag aannemen dat hij redelijk intelligent is, maar die te stom blijkt om de meest simpele formulieren in te vullen – er in het echt uitziet”, dat compliment kan ik alvast in mijn zak steken. Dat ik ‘redelijk intelligent’ ben, komt in zijn visie, omdat ik een master volg die extra geld krijgt, en daarom een extra superlatief aan zijn naam plakken. In de wandelgangen had ik gehoord dat hij zulke masters eigenlijk maar belachelijk vindt. Om over de mensen die zo een master volgen – ik – nog maar te zwijgen. Overigens houdt een dergelijke master in de praktijk in dat je je onbetaald kapotwerkt in een laboratorium naar keuze (en niet per se jouw keuze).

“Welnu, hij zit tegenover u”, en ik leg hem mijn situatie voor. Voor de fout van Frits is hij – in het bezit van een smal emotioneel spectrum – volstrekt ongevoelig en ik merk dat ik het – wil ik geen half jaar studievertraging oplopen – over een andere boeg zal moeten gooien. En zo kruip ik door het stof, neem alle verantwoordelijkheid op me. Minutenlang. Tot groot genoeg van de man tegenover mij. Hij heeft het zichtbaar naar zijn zin. En gelukkig maar, een kwartier later sta ik weer buiten. Ik ben ‘gematst’ en mag, tot grote verbazing van de twee dames die me vlak voor de deur opwachtten (“dat was ook snel!”), per oktober (nu) beginnen. Alsof ik nog niet allang begonnen was. Maar nu dus echt. En Frits die spreek ik nog wel een keer…

Frank

6 gedachten over “Op audiëntie

  1. Laat het nog even duidelijk zijn dat het hier over de Universiteit Utrecht gaat en dat de rotheid hierboven beschreven niet alleen bij de betreffende master aanwezig is. Lang leve de verloedering van het onderwijs.

  2. Bring back, bring back
    Bring back my Bonnie to me, to me
    Bring back, bring back
    Bring back my Bonnie to me

  3. Oh haha, dan moet ik ook maar even gaan controleren of ik alles heb;). Was het niet dat formulier dat je moet invullen en 1 maand voor je met je stage begint bij de examencommissie moet hebben ingediend?

Reageren verboten!