Het spoor bijster

Het is alweer eind oktober, de nacht wint langzaam weer terrein van de dag en het was dan ook al zo goed als volledig donker toen ik besloot na het werk nog even langs de buurtsuper te lopen om een zwaar overprijst halfje bruin te kopen. Ik loop rustig – muziekje erbij – richting supermarkt. Aan mijn linkerhand een weiland vol mekkerende schapen, in de verte verder alleen wat lelijke hoogbouw. En een kleine Opel Kadet met knipperende lichten. Ik zie de bui al hangen en ga expres wat langzamer lopen. Geduldig wacht het boodschappenautootje mij op, en ik zet alvast mijn iPod uit. Anticiperen kun je leren. Het raampje gaat schokkerig open. “Hoi! Is dit toevallig het centrum?”. Ik kan mijn lachen amper bedwingen en wijs haar proestend niet de weg, maar in ieder geval de juiste windrichting. Bijna tien kilometer uit de richting en dan midden tussen de weilanden vol schapen vragen of dit soms het centrum is van een stad met bijna 300.000 inwoners. We leven inderdaad in een rare tijd.

Frank