Michael Jordan

Onlangs hoorde ik op Studio Brussel een catchy, maar toch ook ergens wat droevig liedje over Michael Jordan, van de Belgische band Superlijm zo bleek tijdens de afkondiging. And hey, I still wear your Nikes, Nike Air Jordan, they save me from boredom.

michael_jordanIn het liedje is een wanhopige fan aan het woord, Michael hoeft zich geen zorgen te maken, het komt allemaal wel goed. De zanger is nog steeds zijn grootste fan, wil deel uitmaken van Jordans grote plan, wat dat ook moge zijn, en heeft zelfs de originele Nike Air Jordans nog.

Toen bedacht ik mij dat dit liedje van Superlijm niet het eerste licht melancholische liedje is over Michael Jordan. Jaren terug, in 2000, had singer/songwriter John Ondrasik, beter (on)bekend als Five for Fighting, ook al een droevig liedje dat de naam van de gewezen basketballer droeg.

Hierin wordt Jordan op een voetstuk gezet, tot een ikoon gemaakt, een symbool van pure hoop. De ‘ik’ van het liedje zou alles geven om te zijn als Michael Jordan. Maar waarom? Wat maakt Michael Jordan zo interessant? Is hij zo plots en zo hard van zijn voetstuk gevallen?

Zijn laatste wedstrijd speelde Jordan in 2003, en aan het einde van die wedstrijd kreeg hij een staande ovatie van 21,257 fans. Dus dat kan het niet zijn. Of toch wel? Jordan was op dat moment, met zijn 40 jaar, bijna twee keer zo oud als de meeste spelers en bovendien had hij er reeds twee ‘pensioenen’ in de basketballerij op zitten.

Michael Jordan is nooit gestopt op, of zelfs in de buurt van, zijn hoogtepunt (zo scoorde hij in 1988 maar liefst 69 punten in één wedstrijd), in ieder geval nooit voor lang, Jordan bleef terugkomen. Natuurlijk heeft hij na de comeback na zijn eerste pensioen nog goede wedstrijden gespeelt, en misschien zelfs nog wel een paar na zijn tweede comeback, maar het kwaad was al geschied. Het publiek heeft Jordan namelijk langzaam oud zien worden, achteruit zien gaan. Af zien takelen misschien zelfs wel.

En dat is precies waarom Michael Jordan zo’n interessant onderwerp is. Hij is een van de weinige sporters, Lance Armstrong lijkt ook dat pad ingefietst, die men zo in detail oud heeft zien worden. De meeste bekendheden, zeker in de sport, verdwijnen zodra ze minder beginnen te presteren gewoon uit beeld. Gaan ergens achter een kassa staan of, als ze het erg goed hebben gedaan, rentenieren. En niemand hoort of ziet ooit nog wat van deze mensen, uit het oog uit het hart.

Maar niet Michael Jordan, Michael gaat door en door en door en door en is daarmee het vleesgeworden bewijs van Neil Youngs gelijk. It’s better to burn out than to fade away. Maar of  de club van 27 nou zo’n goed alternatief is…

Frank