Wil de coassistent een bruine boterham regelen?

De grijze en de kale artsen roepen vaak dat de geneeskunde zo ontzettend veranderd is. Dat men thans voor elke vijf minuten patiëntencontact minstens 10 minuten kwijt is aan administratieve en logistieke rompslomp.

Als coassistent weet ik natuurlijk niet uit eigen ervaring hoe het vroeger was, maar, het moet gezegd, er zijn tegenwoordig inderdaad veel administratieve werkzaamheden. Er wordt wat afgetypt en gebeld en er worden dagelijks tientallen formulieren ingevuld in de gemiddelde artsenkamer.

Terwijl ik de zoveelste achterstallige ontslagbrief zit te typen gaat aan het bureau tegenover mij de telefoon. Hoewel ik natuurlijk maar de helft van het gesprek meekrijg, hoor ik aan de toon van de arts-assistent dat het ernstig is. Als ze opgehangen heeft blijkt dat inderdaad het geval te zijn. Het was de specialist, of de coassistent nú meteen naar de spoedeisende hulp wil komen.

Ik ben het typen zat en ik kan wel een verzetje gebruiken, dus natuurlijk wil de coassistent naar beneden komen. Ik haast me de lange ziekenhuisgangen door en enkele minuten later kom ik lichtelijk buiten adem (oké, oké, volkomen buiten adem) aan op de SEH. Ik hoef niet lang te zoeken naar het goede bed, want de specialist staat me verrukt op te wachten aan het voeteneind. “Ah mooi, de coassistent is er!”

Hij wijst naar het hoofdeind. “Zeg luister, deze jongeman wil graag een bruine boterham met kaas. Regel jij dat even?”

Hoeveel er ook veranderd is of nog zal veranderen in de geneeskunde, sommige dingen zullen altijd hetzelfde blijven.

Frank