Dialoog voor twee coassistentes

Locatie: Een uitgewoond huis ergens in een provinciestadje.

Situatie: Het is lente. Buiten is het al enkele uren donker. De huiskamer is gevuld met vrouwelijke coassistenten. Men zit aan de grote eettafel en er vloeit wijn (wit, van het oprispingstype) en rosé. Ergens in een hoekje staren de twee mannelijke bewoners van het huis naar een voetbalwedstrijd, in een slecht uitgevoerde poging te doen alsof ze het gesprek aan tafel niet horen…

Op tafel ligt een recent nummer van Medisch Contact (de Libelle van de geneeskunde). Het gesprek gaat over een spraakmakend artikel uit dat blad over seksuele intimidatie in het ziekenhuis.

L: Ik vind het echt vreselijk dat er blijkbaar nog steeds sprake is van seksuele intimidatie. Al denk ik dat het wel minder is geworden. En dat het echt niet uniek is voor ziekenhuizen. Het komt overal voor. Maar het kan gewoon niet, het is een vorm van machtsmisbruik. Maar weet je wat ik nog het allerergste vind?
S: Nou?
L: Nou, dat geflirt van de mannelijke artsen!
S: Hoezo? Is dat ook seksuele intimidatie, wat complimentjes uitdelen?
L: Het is echt vreselijk hoeveel die mannelijke artsen flirten!
S: Dat valt best mee toch?
L: Nee, echt niet! En het ergste is dat ze echt alleen maar flirten met de secretaresses!
S: Hoe bedoel je?
L: Ik bedoel, hállo! Wij zijn er ook nog hoor! Wij hoger-opgeleide vrouwen! Maar ze zijn gewoon bang voor ons, omdat wij sterk en intelligent zijn. Dat kunnen ze gewoon niet aan. Ze flirten echt nooit met ons! Ik vind het gewoon gênant! De mietjes. Bah.

De dame in kwestie heeft het er warm van gekregen en neemt gretig een slok wijn. Aan tafel volgt een proost. En ook de twee heren op de bank tikken hun bierblikken tegen elkaar en proosten op de hoogopgeleide vrouw. Het bleef nog lang onrustig in het studentenhuis.

Frank