Onder de hemel is men thuis

Steeds vaker en vooral na ongelukkige incidenten en (op handen zijnde) veranderingen als verkiezingen of wetswijzigingen, hoor ik mensen roepen dat zij zich niet meer thuis voelen in Nederland. Overtrokken woorden en wat men nu precies bedoelt met dat zich al dan niet thuis voelen wordt zelden geëxpliciteerd.

Op het eerste gezicht is thuis iets ongrijpbaars. Voor menigeen die te lang stil staat bij zijn of haar thuisgevoel begint de horizon te lonken en groeit de nieuwsgierigheid naar verre, mogelijke betere, plaatsen. Sommigen weten pas dat zij zich ergens thuis hebben gevoeld op het moment dat de heimwee heeft toegeslagen en zij ontheemd zoeken naar een nieuw thuis. Zo bezien is thuisgevoel het, bewust of onbewust, verzoenen met de status quo en het kiezen van een vast punt als epicentrum van het leven (zonder dat men per se de ogen sluit voor tekortkomingen en verbeterpunten van dat thuis).

Dat epicentrum kan van alles zijn. Wie zou zich anders thuis voelen in de betonnen jungle van een hedendaagse stad, waar obstinate architecten reeds decennia geleden braken met het dogma dat vorm en functie hand in hand moeten gaan, op een ijzige toendra of in een dorre woestijn? De mensheid heeft de gave zich op de meest onvoorstelbare plaatsen thuis te kunnen voelen. Deels omdat we zeer bedreven vrijwel elke omgeving naar onze hand kunnen zetten, maar toch vooral omdat thuis geen plaats maar een gevoel is, een state of mind.

De jonge Joodse vrouw Etty Hillesum begreep dit ruim zeventig jaar geleden al als geen ander. Terwijl de Nazi’s met het bloed van miljoenen onschuldigen de meest zwarte bladzijden uit de geschiedenis van de mensheid vol schreven, schreef Etty in haar dagboek: “Onder de hemel is men thuis. Op iedere plek van deze aarde is men ‘thuis’, wanneer men alles in zich draagt”.

Een deel van haar dagboek schreef Etty vanuit deportatiekamp Westerbork. Doordat zij een ‘uitzonderingsbewijs’ bezat, kon zij probleemloos enkele malen afreizen naar Amsterdam. Momenten waarop zij had kunnen vluchten en onderduiken. Ze koos er echter moedig voor dit niet te doen. Wat zou zij gedacht hebben toen ze na die bezoeken weer in de trein zat? Dat ze onderweg was naar huis? Drie maanden na haar laatste bezoek aan Amsterdam werd Etty gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij overleed. Droeg Etty Hillesum dan werkelijk alles in zich? En ik, ben ik thuis onder de hemel? Ik weet het niet.

Frank