Replica fantastica

“Goedemorgen meneer,” zei de postbode toen Leo Frégoli voorbij liep. Leo zei niets terug en liep snel verder, het was lang geleden dat hij buiten was geweest en precies deze postbode was daar de oorzaak van. Hij probeerde zo snel mogelijk te lopen en zo min mogelijk op te kijken. Toen hij achterom keek, zag hij de postbode in de verte. Snel stapte hij een willekeurige tram binnen, kocht een kaartje bij de postbode (nu in een ander uniform) en ging naast de postbode op een stoeltje zitten. De postbode knikte. Hij knikte terug. Op hem en de postbode na was de tram leeg. De hele wereld was leeg op hem en de postbode na. Het zweet brak hem uit.

Frank