Bekeren en veroordelen

Zoekend naar een bepaalde kerk met daarin een bepaalde steen, die naar men zegt, bijna twee millennia geleden, mogelijk, is aangeraakt door een bepaalde zoon van een bepaalde hypothetische opperentiteit, struinen we door de stoffige straten van het Jeruzalem van 2016. Rood-witte Coca Cola borden, gelukkig vaak verbleekt door de vele zon, geschroefd op gevels van honderden jaren oud.
Ik word in gebrekkig Engels aangesproken door een kleine man met een lange baard. Hij draagt een lange jurk. Of hij me soms ergens mee kan helpen. Dat treft! Als hij hoort welke kerk ik zoek, begint hij te oreren over een (of) ander geloof. Hét geloof. Het ware geloof, waarbinnen alles en iedereen altijd liefdevol geaccepteerd wordt. Zonder veroordeling! Omdat het niet aan de mens, maar aan Allah is om te (ver)oordelen.
Als mijn vriendin aansluit vraagt de man of wij getrouwd zijn. Nee meneer, we zijn niet getrouwd, dit is mijn vriendin. De man begint vurig te schreeuwen dat dat niet zo hoort en dat we naar de hel zullen gaan. Verder gaat het, voor zover ik het nog kan verstaan, over zonde en schande.
Als ik zijn eigen woorden van een paar minuten eerder in het gesprek, over oordelen, aanhaal, zegt hij dat ik er echt helemaal niets van snap en loopt hij driftig en hoofdschuddend weg. Ik glimlach en neem niet te moeite een oordeel te vellen, dat doet zijn god maar.

Frank